Verkiezingen van de leerlingenraad

Zijn verkiezingen verplicht?

Nee. In het participatiedecreet  staat dat de huidige leerlingenraad beslist hoe die het volgende schooljaar wordt samengesteld. Dat kan dus met verkiezingen, maar evengoed met een infomoment of 'wie wil, komt af'. Enkel als er geen leerlingenraad is op je school, dan is moet de directie volgend schooljaar verkiezingen organiseren. Voor andere soorten werkgroepen geldt dit niet, zij kunnen helemaal zelf kiezen hoe ze het aanpakken.

Zijn verkiezingen aan te raden? 

Door verkiezingen te organiseren benadruk je het belang en de verantwoordelijkheid van de verschillende functies. Maar er  zijn drie grote valkuilen waar je best mee rekening houdt. Hier lees je meteen ook tips om die te omzeilen: 

1.      Zorg ervoor dat het geen wedstrijd ‘wie is het populairst’ wordt. Het is zeker positief voor het imago van de leerlingenraad of van je werkgroep als die vol zit met de meest populaire leerlingen. Maar misschien vallen zo leerlingen met betere kwaliteiten uit de boot. Je kan de leerlingen tijdens de verkiezingsprocedure een motivatiefilmpje laten maken of effectief een gesprek laten leiden, een verslag laten nemen … Zo moeten de kandidaten tonen dat ze een taak aankunnen. Of doe het via het systeem van ‘the voice’: de stemmen van het ‘publiek’ (de leerlingen op school) selecteren de helft van de kandidaten, de andere helft wordt gekozen door een jury (leerlingen uit de leerlingenraad of werkgroep plus begeleiders). 

2.      Vaak worden voorzitters verkozen. Maar verslagnemers en schatbewaarders worden gewoon aangeduid. Dat zorgt er onmiddellijk voor dat iedereen de voorzitter veel belangrijker vindt. Nochtans heb je alle taken nodig voor een succesvolle groep. Maak ze dus allemaal even belangrijk. 

3.      Je loopt het gevaar om gemotiveerde leerlingen te verliezen. Als er vijf goede kandidaten zijn voor één voorzitterspost, waarom vorm je dan in dat geval geen gemotiveerde kerngroep? Die vijf leerlingen verdelen onderling de taken. Of ze kunnen afwisselen in hun rol. Je leert als gespreksleider veel sneller bij als je af en toe andere mensen aan het werk ziet.