Drie wensen van leerlingen bij het invoeren van de modernisering

Vanaf september 2019 wordt gestart met de "modernisering" van het Vlaamse onderwijs. Wat dat juist betekent lees je hier. Maar wat vinden leerling daar nu eigenlijk van? Hieronder geven we drie duidelijke wensen van scholieren mee, waarmee absoluut rekening moet gehouden worden bij het invoeren van deze modernisering. 

1. Zorg voor duidelijke communicatie 

Doordat scholen veel vrijheid behouden en dus zelf kunnen kiezen of ze meestappen in de veranderingen of alles grotendeels bij het oude laten zal op sommige plaatsen alles hetzelfde blijven, terwijl ergens anders een heel nieuw systeem ingaat. Leerlingen zullen nu niet alleen meer moeten kiezen op basis van hun interesses en talenten, maar moeten ook nadenken over het systeem dat ze willen. Zelfs de manier waarop onderwijs georganiseerd wordt zal dus niet meer overal hetzelfde zijn. Daarom is het belangrijk dat scholen leerlingen op tijd heel goed informeren over wat er verandert en wat hun opties zijn.

2. Laat het verleden los

De modernisering begint niet met een propere lei, doordat de oude benamingen aso, bso, kso en tso blijven gewoon bestaan. Ook worden alle aso-richtingen "domeinoverschrijdend" genoemd, wat niet echt logisch is. Kan je bv. echt zeggen dat "Latijn" bij het interessedomein "Sport" zit, of "Moderne talen" bij "Voeding en horeca". Het zou veel duidelijker en logischer zijn om ook de aso-richtingen in het juiste domein onder te brengen.

Scholieren geven ook aan dat de oude namen gelinkt worden aan bepaalde vooroordelen. Hierdoor zullen leerlingen nog steeds de druk om te beginnen in een onderwijsvorm met een betere reputatie, om dan vervolgens 'af te zakken' als blijkt dat ze daar toch niet op hun plaats zitten. ("Het watervaleffect") Uiteraard werkt dit erg demotiverend.

3. Garandeer bewegingsvrijheid

Leerlingen willen dat ze kunnen veranderen van richting wanneer het nodig is. Als ze merken dat ze niet op hun plaats zitten, willen ze van richting kunnen veranderen en niet moeten vaststellen dat allerlei deuren achter hun rug toe zijn gevallen. Zoals gezegd willen ze van school kunnen veranderen zonder daar in een heel nieuw systeem terecht te komen en van nul te moeten beginnen, maar ook tussen studierichtingen moet de overgang vlot zijn. Daarom vindt VSK dat de "opstroomoptie" overal aangeboden moet worden en voor iedereen beschikbaar moet zijn.

Ook in de hogere jaren moeten er schakelmogelijkheden zijn tussen de finaliteiten, zodat leerlingen ook van arbeidsmarktgerichte naar meer doorstroomgerichte richtingen kunnen gaan (of van tso naar aso, van bso naar tso) en niet enkel de omgekeerde beweging mogelijk is. Zo kan het watervaleffect bestreden worden.

Reacties