Die modernisering van het onderwijs, hoe zit dat nu eigenlijk?

Vanaf september 2019 wordt gestart met de "modernisering" van het Vlaamse onderwijs. Het gaat om een vrij grote hervorming, die er gekomen is na jaren van onderhandelen en discussiëren. De modernisering zal er stap voor stap komen. Vanaf het schooljaar '19-'20 het eerste jaar, in '20-'21 het tweede jaar enz. Zo wordt er voor gezorgd dat leerlingen niet plots van het ene systeem in het andere komen in het midden van hun schoolcarrière.

Maar wat verandert er nu eigenlijk? We zetten de belangrijkste nieuwe dingen voor leerlingen hieronder op een rijtje...
 

  • Er zal worden gewerkt met nieuwe eindtermen. Deze bepalen wat iedere leerling moet leren op school. Alles over die nieuwe eindtermen lees je hier.
     
  • In het eerste leerjaar verandert er verder niet zo heel veel. Net zoals nu zijn er 27 lesuren die voor iedere leerling hetzelfde zijn en 5 lesuren die vrij ingevuld mogen worden door de school.
    Die 5 extra lesuren kunnen gebruikt worden voor:
    -  versterking: bijspijkeren waar je nog niet zo goed in bent
    -  verdieping: extra uitdaging voor wie al goed is in de basis
    -  verkenning: nieuwe vakken en onderwerpen leren kennen 
    Elke school maakt zelf een aanbod voor deze vijf uur, waaruit ze leerlingen laat kiezen. De klassenraad kan wel verplichten dat je een deel van de uren besteedt aan versterking.
     
  • In het tweede leerjaar komen er extra gemeenschappelijke uren: we gaan van 24 naar 25 lesuren in de A-stroom en van 16 naar 20 lesuren in de B-stroom die voor elke leerling hetzelfde zijn. De overige uren (dus 7 in de A-stroom en 12 in de B-stroom) kunnen opnieuw gebruikt worden voor versterking, verdieping en verkenning (zie vorige puntje). De scholen kunnen deze uren niet meer zo vrij invullen als in het eerste jaar. Er  is een vaste lijst met 'basisopties' waaruit de scholen er een paar kiezen om aan te bieden aan de leerlingen. (bv. Latijn, Moderne talen, STEM, voeding en horeca...).
     
  • Ook nieuw is dat er in het tweede leerjaar B een "opstroomoptie" komt. Door deze basisoptie te volgen kan je vanuit de B-stroom toch naar 3 aso gaan. 
     
  • Vanaf het 3de jaar kiest elke leerling (zoals nu) een studierichting. Dit worden er minder en ze worden in een nieuw overzicht geplaatst, de 'matrix'. (Niet te verwarren met de film)

    Download dit nieuwe overzicht hier.

    In deze matrix worden de studierichtingen opgelijst volgens acht interessedomeinen ('STEM', 'Taal en cultuur',  'Economie en organisatie', 'Kunst en creatie', 'Land- en tuinbouw', 'Maatschappij en welzijn', 'Sport'; en 'Voeding en horeca' ) en drie 'finaliteiten (doorstroom naar hoger onderwijs, arbeidsmarkt of dubbel).

    Alle richtingen worden in dit nieuwe overzicht geplaatst, ook die van het buitengewoon onderwijs en het deeltijds onderwijs. Elke richting behoort dus tot een domein en een finaliteit.

    Scholen mogen zelf kiezen of ze dit nieuw overzicht gebruiken of alles bij het oude laten. De oude benamingen aso, bso, tso, kso... blijven dus ook nog bestaan.

Maar wat vinden leerlingen nu eigenlijk van die hele modernisering?
 

Reacties